Zoek!

'Opbeurende' kritieken

"Nathalie Huigsloot kan beter haar geld op haar rug verdienen!"









+ 46 - 24 | § Horses and hearses in Las Vegas

Miss America is een even hilarische als aandoenlijke (debuut) roman: over de liefde. En over de kortstondige tv-carrière van een zekere Madelief bij een naar de naam Lex Oosterboer luisterende, neurotische newsgetter, die zijn (gedreven) bezigheden voor het nieuws combineert met (niet minder manische) activiteiten voor zijn veel persoonlijker getinte rubriek Lex over de grens. Een voorpublicatie.

'Volgens mij gaat het nu gebeuren. Mijn eerste opnamereis voor Lex over de grens. Helemaal zeker weet ik het niet want Lex wisselt nogal eens van mening. 'We gaan! We gaan niet! We gaan alleen als we daar ook iets voor het journaal kunnen filmen!'
Ik vraag nogmaals aan Kees van de nieuwsredactie of zij écht geen item hebben dat we in Las Vegas kunnen draaien, zodat we de kosten voor de serie kunnen delen. Hij zegt van niet.
'Madelief! We gaan!' gilt Lex. Ik moet in no time thuis mijn koffer halen.
Nonchalant steek ik mijn hand omhoog en dan stopt er zo'n gele taxi. Althans, dat verwacht ik, want zo gaat dat in de film.
Mijn telefoon gaat. Lex. 'Heb je dat boek nog gelezen?'
'Eh... welk boek preçies?'
'Over de geschiedenis van de Amerikaanse begrafenisindustrie! Dat heb ik vanochtend godverdomme op je bureau gelegd!'
In godsnaam. Wanneer had ik dat moeten doen?
'Nee, dat doe ik zo in het vliegtuig.'
Het is een vluchtvan vijf uur, dus dat moet te doen zijn. Als ik geen vliegangst had tenminste. Maar dat weet Lex niet.
Mijn telefoon gaat weer. 'Ben je er al?' vraagt Lex.
'Bijna', antwoord ik. Geen idee waar we zijn. Ik herken de buurt waar ik woon nog niet. De taxichauffeur nu gelukkig wel. Ik geef hem te veel fooi - ben tenslotte carrièrevrouw - en neem snel de bespiegelde lift naar boven. Ik zie mezelf en vraag me af hoe het mogelijk is om er na drie dagen New York al zo bescheten uit te zien. Zal de jetlag wel zijn. Of de intredende ouderdom? Die begint nu namelijk. Dat zei Oprah gisteravond op een van de tienduizend televisiekanalen. 'Je kunt hooguit probéren je ouderdom te verhullen,' zei ze. 'Door bijvoorbeeld als vrouw van gevorderde leeftijd geen korte rokjes meer te dragen. Dat maakt nog ouder.'
Ik ben het daarmee eens. Ik vind dat ook een heel vies gezicht, van die bejaarde knieën. Een deskundige bij Oprah zei dat de leeftijdsgrens van korte rokjes bij dertig ligt. Daar schrok ik dan wel weer van. Ik heb nog maar twee maanden te gaan.
... ...
Ik woon in een heel groot luxeappartement. Dat komt omdat mijn vriendje zeer succesvol is. Jasper heeft een loft uitgekozen waar je met z'n zessen in kan fietsen. Ik kom zelf uit Raaite. Van het platteland. En ik ben nog nooit in een ruimte geweest waar je met z'n zessen in kan fietsen.
Zonder dat er ook koeien in stonden.
... ...
Als we op JFK arriveren, gaat mijn telefoon. 'Lex gaat het vliegtuig waarschijnlijk niet halen. Nemen jullie gewoon de geboekte vlucht. Lex neemt eventueel een latere,' zegt Kees. Een beter cadeau had ik niet kunnen krijgen, voor mijn bijna dertigste.
De cameraman en ik gaan in het vliegtuig zitten. Ik heb een halfuur geleden een oxazepammetje genomen om mijn vliegangst te temperen. Het is goed spul maar het is wel van belang het zorgvuldig te doseren. Te weinig en je gaat angstig schreeuwen - ik heb eens bij de nooduitgang 'ik wil er NU uit!' staan krijsen - en te veel heeft een enorme huilbui tijdens het opstijgen tot gevolg. En eenmaal in de lucht word je zo stoned dat aan de ramen likken een serieuze optie wordt.
... ...
De cameraman vertelt dat hij een zeer rustige, vredelievende man is. Maar dat hij er sinds kort achter is, dat hij in staat is tot haten. Hij heeft iemand ontmoet die hij daadwerkelijk tot in het diepst van zijn ziel verafschuwt. Daar zal je hem hebben; Lex heeft het vliegtuig helaas toch gehaald. In een poging non-verbaal te communiceren, zwaai ik vrolijk 'te gek; je hebt het gehaald!' en neem ik nog een oxazepammetje. Lex groet ons nauwelijks en neemt ergens voorin het vliegtuig plaats. Hij vraagt de stewardess om een drankje, maar zij vermaant hem naar de zitplaats te gaan die op zijn instapkaart staat. Die is naast mij. Ik neem nog een halfje.
Lex zit naast me te lezen. Ik staar in het boek over de begrafenisindustrie, maar neem niks op.
Bij CBS noemen ze Lex 'The Cloud', omdat hij altijd als een donderwolk binnen komt denderen. En bij EBC-Germany spreken ze nooit zijn naam uit. Daar hebben ze het altijd over 'The gay nazi from Holland'. Op ónze redactie durft niemand het woord 'homo' in de mond te nemen. Ik deed dat per ongeluk wel op mijn eerste dag. Toen volgde er een implosie: een van Lex' ogen viel dicht en hij begon met zijn andere been te
trekken. Toch vind ik Lex er best lief uitzien, nu hij zo in zijn eigen wereld aan het lezen is. Hij heeft vast een probleemrelatie met zijn moeder. En botox kan soms toch wel mooi zijn. De pilletjes beginnen te werken.
Toch maar niets zeggen. Lex zal het geen fijn idee vinden dat de producer met wie hij door heel Amerika moet trekken aan vliegangst lijdt. '
... ...
Het vliegtuig komt in beweging. Ik klap naar voren. Het kabaal van de motoren overstijgt mijn hoboconcert. Ik duw mijn handen tegen mijn oren, zodat er zo min mogelijk muziek verloren gaat. Vanonder mijn deken klinkt een gedempt 'sorry, ik ben een tikkeltje bang'. Ik begin te huilen. Dat komt door die pilletjes; daar krijg ik pathetische gedachten van. Ik huil omdat de kindertjes in de Derde Wereld altijd honger zullen hebben. Ik schok omdat racisme altijd zal blijven bestaan. En ik snotter omdat Bambi zijn moeder nooit meer zal zien.
... ...
We zijn hier voor de begrafenisbeurs, daar wilde Lex graag naartoe. Op mijn tweede werkdag wist ik wat dat in het Engels was. Ik had mijn woordenboekthuis laten liggen. Ik surfte, tikte FUNERAL FAIR en kreeg een hele lijst - in Amerika is ook de dood een levendige business. Eentje sprong eruit. De grootste jaarlijkse beurs van Amerika was over twee dagen in Las Vegas! Verheugd vertel ik het aan Lex.
Die flipt. 'Waarom weet ik dat godverdomme nu pas!'
Ik vond het zelf redelijk voortvarend. Zo op dag twee.
... ...
Ik zeg dat we er makkelijk naartoe kunnen gaan. Lex ziet dat anders. 'Ik ga godverdomme niet voor één item helemaal naar Las Vegas. Weetje wel wat een cameraman kost? Vijfhonderd dollar per dag! Het geld groeit me niet op de rug!'
Dat doet het wel. Ik ken het budget.
Ik zoek verder. Ik stuit op het nieuwste van het nieuwste. Een uitvaartcentrum waar ze themabegrafenissen hebben. Bijvoorbeeld gokken. Dan staan er grote dobbelstenen en speelkaarten rond je kist. En er is een fruitautomaat. Alleen verschijnen daarop geen citroenen of appels, maar foto's van de dierbare dode.
Ik bel de organisator. Na een tijdje begrijpt hij mijn Engels en geeft toestemming om te draaien. Voldaan ga ik naar Lex.
'Hoezo hebben jullie niets om in Las Vegas te draaien?!' Lex schreeuwt nu tegen de redacteuren van het joumaal. Die zeggen dat er geen nieuws is. 'Dan zoék je dat verdomme!' Op alle locaties voor de serie 'Lex over de grens' wil hij ook een nieuwsitem draaien. Hoe vaak moet hij dat nog roepen?
Lex praat eigenlijk nooit. Hij schreeuwt altijd. 'Roepen' noemt hij dat.
... ...
Lex zegt gelukkig niks over mijn gestress tijdens de vlucht. Dank u wel, lieve heer. Ik vind nog steeds iedereen lief. Tweeënhalf pammetje was misschien toch te veel. Wel vraagt hij: 'Wat slik jij?'
Ik vertel hem over het wondermiddel. Hij kent het. Evenals de broertjes en zusjes van het medicijn. Hij neemt regelmatig iets van deze familie. 'Om te kunnen slapen'.
Ik vraag niet wat er nu zo eng is aan slapen. Ik ben blij dat Lex mij met mijn vliegangst accepteert. Bovendien stel ik te veel vragen. Ik ben een soort Pino. Geen enge vogel, maar zo iemand die voortdurend vragen stelt.
... ...
Er is een auto voor ons gehuurd. Ik heb nog gepleit voor een taxi; zo groot is Vegas nu ook weer niet. Maar Lex wil niet afhankelijk zijn. Dus betalen we ons blauw aan een huurauto. Tot mijn opluchting ruziën Lex en de cameraman over wie er naar het hotel mag rijden. Ik zou dat niet kunnen. Maar dat weet Lex niet.
In de gigantische hotellobby van het MGM worden we verwelkomd door honderden rinkelende gokkasten. De cameraman vraagt of ik zin heb een gokje te wagen. Lex zegt dat we moeten gaan slapen. Het is half een 's nachts en we zijn hier niet voor ons plezier. Ik snap nietwaar hij zich mee bemoeit, maar wil ook best graag slapen. Het lijkt me alleen beter om in het midden te gaan staan - dan lijkt de afstand tussen Lex en de cameraman kleiner.
'Oké,' zeg ik, 'ééntje dan.'
Lex verstart en vertrekt kil naar zijn kamer.
Als ik aankondig mijn bed op te gaan zoeken, zegt de cameraman dat ik één ding over Lex moet onthouden: 'Wat je ook doet, het is nooit goed.'
Ik zeg dat ik het zal onthouden.
'En denk niet dat je hem kan veranderen. Dat het bij jou anders zal zijn.'
Dat dacht ik inderdaad.
... ...
Ik vertrek eerder naar de begrafenisbeurs dan Lex en de cameraman, want ik ga alvast een seminar volgen. De uitvaartondernemers krijgen een stoomcursus 'uitmelken van nabestaanden'.
... ...
Lex draait altijd alles. En ik moet dat alles monteren. En al die ongein spotten.
'Je moet van Lex de gedraaide banden heel gedetailleerd bekijken en alles letterlijk uitschrijven', leerde een collega mij. 'Ik heb eens acht tapes van een uur doorgeworsteld en toen zei Lex bij de montage: "Ik heb een keer gehoest. Op welke tijdcode was dat?" Ik had dat niet opgeschreven en kon van voren af aan beginnen.'
Mijn vorige baas leerde me dat televisiemaken zoiets is als boodschappen doen. Je bedenkt van tevoren watje wilt hebben en gaat dat vervolgens halen. Lex koopt de Albert Heijn, gaat alle producten stuk voor stuk proeven en bepaalt dan welke producten hij wil hebben. Een gezond mens wordt daar misselijk van. Maar Lex zegt dat hij het al tien jaar zo doet. En dat hij enorm succesvol is.
Ik vind hem er vaak ongezond uitzien. Zelfs op de televisie. En dat is knap.
... ...
Het eerste seminar volg ik dus in m'n eentje. Dan kan ik tijdens het tweede precies aangeven wat de cameraman moet draaien. Een minuutje of vijf, schat ik. Dat scheelt al snel een uur of vier uitschrijven. Lex vindt het in eerste instantie niks; wat moet hij in godsnaam in die tijd doen?
'Een kopje koffie drinken en een krantje lezen?' stel ik voor.
'En wat moet de cameraman dan doen?' (Allemachtig. Weet ik veel. Aan zijn pik trekken?) 'Een uurtje uitslapen?' opper ik.
Lex vraagt of ik wel weet hoeveel een cameraman kost in Amerika. Ik knik. Lex laat de cameraman het liefst elke minuut van de dag op REC drukken. Pas dan heeft hij waar voor zijn geld. Ik frons. Lex kan daar niet tegen. 'Jij zit stiekem iets anders te denken!' roept hij.
... ...
Kees, de producer van het nieuws, ging laatst naar het toilet. Tijdens het plassen ging zijn telefoon. Lex. Met wie hij het afgelopen uur in bespreking had gezeten.
'Ik sta heel even te plassen, Lex.'
Of hij dat voortaan godverdomme even kon zeggen.
Toen een andere collega Lex even later op zijn schouder tikte met de mededeling dat er een dringend telefoongesprek voor hem was, riep hij: 'Zie je niet dat ik én aan het eten ben én de krant zit te lezen én naar muziek aan het luisteren ben. Moet ik hier godverdomme ALLES doen?'
De redactie van EBC-Germany keek geamuseerd op en vroeg zich af waar de 'gay nazi from Holland' zich vandaag weer zo druk om aan het maken was. Wij Nederlanders keken elkaar beschaamd aan: samen in een concentratiekamp zitten schept een band.
... ...
'Het item van het nieuws is nog niet rond,' zegt Lex.
Op mijn voicemail staat Kees, van het nieuws. 'Het item gaat voor 95 procent door,'
Lex zegt opeens dat het hier stinkend duur is en dat hij wil gaan. Ik zeg dat ik Kees nog wel even bel. Ik krijg van hem te horen dat het item zo goed als rond is. En dat hij nog op één telefoontje wacht over het item van morgen.
Ik heb een wissel. Het is Lex. Hij zegt dat we gaan. Ik zeg dat het item doorgaat. Lex zegt dat ze al uitgecheckt hebben. Ze komen nu met de auto naar mij toe. Ik moet buiten op hen wachten. Dan kan ik de auto overnemen om naar het hotel te rijden en uit te checken.
... ...
Ik zwijg. En verbreek dan de stilte door te zeggen dat ik net zo makkelijk een taxi kan nemen. Is net zo snel. Geen probleem. Niks aan de hand. Heb overigens al perskaarten geregeld. Die liggen klaar. Ook fijn. En er is koffie. Heerlijke koffie. Gratis. Seminar was superleuk. Beurs trouwens ook. Mooi weer vandaag. Aardige mensen. Grote parkeerplaats. Genoeg plek voor de auto. Alles gaat goed. We boffen maar.    
'Jij gaat gewoon met de auto,' zegt Lex.
Dan haal ik diep adem. En zeg het. 'Ik heb geen rijbewijs.'    
Nu zwijgt Lex. 'Lekker handig in Amerika'.
Dan drukt Lex me weg.
Hij riep het niet; hij zei het. Ziet hij het als een detail? Of heeft hij nu een implosie­moment? Valt zijn ene oog nu dicht en trekt hij met dat andere been?
... ...
Een kwartier later komen Lex en de cameraman aanrijden. Ik gok toch op het implo­moment. Het hoofd ziet er niet goed uit. En het zegt niks. Ook niet 'hallo'. Ik vertel van mijn luie oog. En dat ik nooit mijn rijbewijs kán halen. Lex' hoofd draait met een ruk naar me toe. Hij kijkt me woest met één oog aan. Maar hij zegt niks.
... ...
Ze zijn slechts een uur op het seminar geweest en de cameraman heeft het complete uur opgenomen. Nu zijn ze als een kip zonder kop alles wat los en vast zit aan het filmen. Lex rent over de beurs. De cameraman gaat met veertig kilo op zijn schouders achter hem aan. Elke keer als hij een shot aan het draaien is, gilt Lex dat hij het volgende shot heeft gemist. Na een paar uur hollen, zegt de cameraman dat hij even een accu uit de auto moet halen. En even een sigaretje wil roken. Zeg dat nou niet, denk ik op het moment dat Lex roept: 'Moet ik hier godverdomme ALLES alleen doen!'
Ik moet de accu halen van Lex. Ik haal hem rennend. Ik doe eigenlijk alles rennend. Dan staat Lex er niet alleen voor.
De cameraman zegt dat hij graag even wat zou willen eten. Lex zegt dat we zo wel even een hamburger halen. De cameraman zegt dat hij vegetariër is. Lex zegt dat hij niet moet zeuren.
We staan bij een man die oversized kisten verkoopt. Omdat Amerikanen steeds dikker worden, passen ze niet meer in de reguliere kisten. 'We also have oversized horses,' hoor ik de man zeggen. Ik wist niet dat dikkere paarden automatisch sterker zijn dan slanke. Maar ik heb geen zin in ingewikkelde Engelse discussies waar Lex bij is. Dis ik zeg ik iets simpels: 'I love horses. I grew up on a farm.'
Lex zegt dat 'hearses' begrafenisauto's zijn.
Snel ga ik op zoek naar een ander item op de beurs. Ik ben een ijverige producer, die zich niet laat kisten door een klein taalprobleempje. Maar ik word wel gek van mijn schoenen.
Omdat ik een soort dwerg ben, draag ik altijd hakken. Nu heb ik gympen aan, maar wel gympen met hakken. Ik kan geen vijf minuten lopen of ik word alweer aangesproken.
'I lóve your shoes! They're amááááázing!'
Dat versta ik dan weer wel. Ik probeer de complimenten steeds zo snel mogelijk af te handelen. Ik ben hier om te werken, niet om over mode te praten. Dan klampt een vrouw me aan. Ze lijkt bijna te gaan huilen vanwege mijn gympies: 'They are, they are... sóó... they are só great!'    
Op het moment dat Lex naast me komt staan, ben ik aan het vertellen over mijn schoenen. Hij loopt kwaad weg. Waarschijnlijk denkend dat hij godverdomme ALLES alleen moet doen.
... ...

Nathalie Huigsloot (Dalfsen, 1969) werkte al een aantal jaren bij de televisie toen ze zich in het kader van een romance naar New Vork begaf. Daar vond ze enige tijd emplooi als productiemedewerkster bij RTL's Max Westerman.