Zoek!

'Opbeurende' kritieken

"Nathalie Huigsloot kan beter haar geld op haar rug verdienen!"








08 Aug '05 - 1955 W, 1 I - + 24 - 31 Help! Ik ben een loser, artikel voor RED

Nathalie Huigsloot wist het zeker: ze zou een wereldvrouw worden, met een baan in New York en een Mr. Big aan haar zijde. Maar binnen twee maanden was ze, baan- en manloos, terug in Nederland. Gelouterd?

GLAMOURLOOS TEN ONDER IN NEW YORK

Ik had een vaste baan als eindredacteur bij een televisieproducent, een mooi appartement, een goed salaris, een hechte vriendenkring en een man, zo aantrekkelijk en succesvol dat hij elke vrouw om zijn vinger kon winden. Het was de ideale man. Mijn Mr. Big. Letterlijk ook, want alles was groots aan hem. Zijn handen, zijn lichaam, zijn carrière, zijn zelfverzekerdheid, zijn status en zijn dromen. Hij wilde naar New York, want daar gebeurde 'het'. Dus toen hij die kans kreeg, greep hij hem met beide handen aan.
'Goh, wat tof voor je', zei ik, omdat onbaat­zuchtigheid siert. 'Maar hoe moet dat nu met ons?'
'Ga mee: opperde mijn Mr. Big.
Ik twijfelde. Jan en Alleman niet.
'Wow!: zeiden die, 'je kunt gewoon naar New Vork! De stad van de onbegrensde mogelijkheden. De plek waar dromen uitkomen. Een kans uit duizenden.'
Toen ik vervolgens een baan als tv-producer in New Vork wist te bemachtigen, was ook ik overtuigd: ik zou een wereldvrouw worden, ik werd Miss America.
Twee maanden later was ik weer terug. Ontslagen. En gedumpt.
'Hé: zei de bakker, 'ben je weer terug?' 'Huh', merkte de kroegbaas op, 'Was jij niet naar New Vork geëmigreerd?'
'0, dát. Het was gewoon niet wat ik wilde', loog ik quasi-luchtig.
En vermeed vervolgens Jan en Alleman.

Alles leek altijd te kloppen aan mijn Mr. Big. Hij was nooit under- of overdressed. Als we uit eten gingen: deden we dat in een tent die nét in was. We aten nooit van de kaart, omdat hij steevast zei: 'Chef, maak maar wat lekkers buiten de kaart.' En dan ging de kok dat ook doen. Bij mij komt nooit een chef aan tafel. En als ik zoiets tegen de serveer­ster zeg, blaft ze: 'Hoezo? Wat is er mis met onze kaart?'
Zelfs al zijn vrienden klopten. Ik heb er nog weleens een werkloze, een hopeloze vrijgezel of
een psychiatrisch patiënt tussen zitten. Hij niet. De één is regisseur, de volgende bankier of minister. Bij mij komt er nog weleens iemand van het platte­ land over de vloer. Bij hem niet. Zijn vrien­den kennen het platteland alleen als plek voor een tweede huisje. Zelf komen ze uit het Gooi. Waar ze een zwembad hebben bij hun huis. Met een Vanessa-trilplaat ernaast. Ik was dan ook hogelijk verbaasd dat hij op mij viel. Aan mij klopt namelijk best veel niet. Ik ben een chaoot. Mijn huissleutels verlaten mij keer op keeren bij de bank worden ze inmiddels woest als ik wéér een nieuwe bankpas aanvraag. Ik zeg en doe vaak dingen waar volwassen vrouwen volgens mij te groot voor zijn. Zo sprong ik, volledig opgedirkt en op weg naar een date met mijn Mr. Big, per ongeluk in een gracht. Ik heb redelijk slechte ogen en dacht dat het een plas was, waar ik wel even overheen kon springen.
Mijn Mr. Big reisde heel veel. Als ik hem een paar weken niet zag, vond ik dat lang. Hij niet. Hij verheugde zich op het weerzien. Ik ergerde me aan het niet-zien. Ik weet niet of het komt omdat hij een optimist is. En ik een pessimist. Hij een man. En ik een vrouw. Hij nog nooit had samengewoond. En ik altijd. Maar bekennen dat ik wat meer behoefte had aan erkenning en bevestiging, durfde ik niet. Een moderne, welopgeleide vrouw is zelfverzekerd en haalt die bevestiging tenslotte 'gewoon' uit zichzelf. Soms, bij­voorbeeld als ik dronken was, kwam het er per ongeluk uit. Dan vroeg ik bijvoorbeeld met een klein stemmetje hoe dat nu moest als ik ziek werd en hij in het buitenland zat: dan zou hij me niet eens een kippensoepje kunnen komen brengen. Hij kon er gelukkig om lachen, trok me geamu­seerd naar zich toe en zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken dat het me ooit aan kippensoepjes zou ont­breken. Dan belde hij gewoon een koerier.

Er was dus niets aan de hand. Mr. Big hield kennelijk van een chaotische, in grachten springende vrouw. Dus ik kon gewoon mezelf zijn bij hem. Toch lukte me dat niet. Mijn Mr. Big was in mijn ogen zó groot, dat ik me altijd klein voelde. Ik was voortdurend bang dat hij me zou verlaten voor een andere, veel mooiere vrouw. Iemand die veel perfecter, belangrijker en zelfverzekerder was dan ik. En dat hij met haar dan twee superschattige tweelingmeisjes zou krijgen. Ikzelf zou daarentegen veranderen in een eenzame, onvruchtbare, door alcohol verlepte ouwe vrijster die door iedereen gemeden wordt, omdat ze als een verbitter­de zeur te boek staat. En omdat iedereen bang is dat ze sterft. Want dan moeten zij opdraaien voor de begrafeniskosten.
Maar eigenlijk heb ik het nooit goed gekund. Mezelf zijn. Ik ben altijd bang dat ik onopge­merkt blijf als ik geen grootse dingen presteer. Klein. Dat ik er niet toe doe. Het nadeel is dat het een niet te bevredigen zucht lijkt te zijn. Steeds denk ik weer: als ik dit ben, als ik dat voor elkaar heb, doe ik rustig aan. Dan heb ik genoeg bereikt om zekerte zijn van aandacht en erkenning. Dan kan ik wel gewoon mezelf zijn.
Dat gebeurt alleen nooit. Als kind dacht ik: 0, stel datje toch bij de televisie werkt; dán heb je iets bereikt. Maartoen ik als redac­teur bij de tv belandde, dacht ik al snel: als ik eeuwig redacteur blijf, heb ik het niet echt gemaakt. Toen ik eindredacteur werd, dacht ik weer: dit is suf. Ik werk voortdurend voor ande­ren, ben steeds dienst­ baar aan Bekende Nederlanders. Ik wil zelfstandig zijn, ook mijn eigen ding maken. Samen met een collega bedacht ik een programma, waar voor wij als makers de hele wereld over konden reizen en zelf de interviews mochten doen. Tot onze verbazing verkochten we het pro­gramma en deden in drie maanden tijd 'even' Parijs, Rome, Moskou, Dubai, Singapore, Manilla, Tokio, Alice Springs, Las Vegas, Havana en Rio aan. Het was een hys­terisch project. Doodvermoeid keerden we terug.
'Nu ga je een keer rustig aan doen, hoor: zeiden mijn vrienden bij thuiskomst. 'Ga viooltjes op je balkon planten, ofzo. Leer eens van de kleine dingen te genieten'.
'Ja,' antwoordde ik. Later, dacht ik. Eerst nog even proberen om een briljante interviewer te worden. Dat reisprogramma was leuk, maar programma's maken kán serieuzer. En succesvoller. Snel ging ik op interviewcursus en pakte, toen ik de kans kreeg, de mogelijk­heid om serieuze politici te interviewen. Kortom: het is nóóit genoeg, ook al bereikje je dromen.
Mijn avontuur met mijn Mr. Big in New Vork was de eerste keer dat het me niet lukte om het onmogelijke mogelijk te maken.
De plek die garandeert grootse dromen te verwezenlijken, deed voor mij het tegen­overgestelde. Ik ging volledig op mijn bek. Juist doordat ik de kille realiteit weigerde onder ogen te zien. Mr. Big had het eerlijk gezegd: 'Ik houd zielsveel van je, maar ik weet niet zeker of een relatie er nu in zit. Ik heb bindingsangst'. No problem, dacht ik, daar help ikje wel effe vanaf. Dat was een misvatting.
Maar ik kon het niet opgeven. Misschien juist wel vanwege de onmogelijkheid van de relatie. Het moest en zou lukken. Ik ging mee naar New Vork, ik accepteerde dat hij het I iever geen relatie wilde noemen. 'Maatjes' was beter, dan ging de bindings­angst minder opspelen en was er meer hoop op een gezamenlijke toekomst. Voortaan heette het vriendschap. Met seks dan. Want dat wilde hij wel. Toen mijn baas gaandeweg achter de verborgen verbreken van zijn producer kwam - slech­te beheersing Engelse taal, giga-vliegangst en te slechte ogen om ooit auto te kunnen rijden­ was hij, to say the least, niet blij. Na mijn proef­tijd was het einde
oefening. En datzelfde gold ook voor Mr. Big en mij. Hij was op papier tenslotte slechts een vriend. En op diens zakken teer je niet.

Het was een onvermijdelijke conclusie. Een relatie met een bindingsangstpatiënt zit er gewoon niet in. Toch was mijn ego gekneusd. Ik ervoer gezichtsverlies. Ik had een groots afscheidsfeest gehad, was in tranen door mijn vrienden op Schiphol uitgezwaaid en daar stond ik dan opeens weer; alleen, werk­loos en zonder toekomstplan. Nooit had ik een kinderwens gevoeld, maar nu ik op mijn vijfendertigste ineens onbedoeld single was, kon ik niets anders denken dan: help! Ik moét kinderen! Normaal gesproken probeer ik aan de realiteit te ontsnappen door me op een nieuwe baan te storten of duik ik direct in de volgende relatie. Maar spontane kinderwens of niet, dát had ik net iets te vaak gedaan. Toen vervolgens een paar uitgevers interesse bleken te hebben in mijn schrijfsels naar aanleiding van de hysteri­sche mails die ik uit New Vork naar mijn vrienden schreef, dacht ik: prima, dat is de ideale manier om eindelijk een keer even rustig stil te staan bij wat er nu eigenlijk gebeurd is.
Mijn grootste vraag was: hoe heeft het zover kunnen komen? Hoe heb ik mezelf zo kun­nen verliezen in een zo onmogelijke relatie? Het lag natuurlijk aan mijn Mr. Big. Dat was gewoon een statusjager: zo'n type die een vrouw ziet als trofee. Zijn vrouw moet per­fect zijn en in zijn ideaalplaatje passen, maar zodra hij één mankementje ontdekt, gaat hij op zoek naar de volgende trofee. Alleen magje er niets van zeggen, omdat het zijn vréselijke bindingsangst is die hem ertoe drijft. Ik was slechts het slachtoffer van zijn statusangst.
'Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten,' merkte een vriend van mij op. Ik schrok. Was ik zélf degene die daaraan leed? Speelde, naast de onmogelijkheid van de relatie, misschien ook mee dat Mr. Big beantwoordde aan mijn eigen statuszucht? Hij leek zo perfect, dus als ik hém kon scoren, zou zijn perfectie overslaan op mij. En dan zou alles goed komen. Dan zou mijn leven aan het ideaalbeeld voldoen: succesvol in mijn werk, getrouwd met een aantrekkelijke carrière­ man en moeder van een leuk span kinderen Ik kocht het boek Statusangst van Alain de Botton. Mijn vermoeden werd bevestigd. Ik leed eraan. Maar ik was gelukkig niet de enige. Volgens de filosoof lijdt tegenwoord bijna iedereen eraan. Vroeger werd je status gewoon bepaald door de plek waar je wieg stond en heerste het geloof dat in de hemel iedereen gelijk was. Tegenwoordig wordt ook een arbeiderszoon minister-president en is het dus je eigen schuld als je het niet maakt. Het resultaat van deze eindeloze jacht naar meer, beter, hoger, exclusiever.. faalangst. Er zijn gelukkig wel manieren die statuszucht te overwinnen, meent De Botton. Je hoeft alleen je eigen geweten te volgen, in plaats van het oordeel van anderen. Wat ook helpt is leren genieten van mooie dingen, de natuur of kunst.
Weliswaar brengen ze je niet meteen een  trede hoger op de maatschappelijke ladder maar ze zorgen in ieder geval dat je het beter naar je zin hebt op de trede waar je staat. Het feit dat ik gewoon rustig een boek schreef, zag ik als een teken aan de wand. Ik was aan het genezen. Verlost van mijn jacht op ideaalplaatjes, ontwaakt uit mijn gedroom het te gaan maken.
Ik leer genieten van het nu. Ik stop met jagen en rennen. Ik plant viooltjes en schrijf 'in alle rust' een boek.

Stiekem hoop ik natuurlijk wel dat hete enorme bestseller wordt.